Oude Amadou kon de wind ruiken voordat die kwam. Die avond rook het naar onraad. In de kelder onder zijn huis lagen honderden eeuwenoude boeken, beschreven met sierlijke letters, verstopt voor iedereen die ze kwaad wilde doen.
'Ze zijn veiliger in een blikken kist onder de mango's dan op een plank,' mompelde hij, terwijl hij een stapel perkament in een oude koffer schoof. Zijn kleindochter Fatima hield het deksel open en fluisterde: 'Opa, dromen die boeken eigenlijk, zo diep onder de grond?'
Amadou glimlachte en streek over de vergeelde bladzijden. 'Natuurlijk dromen ze,' zei hij. 'En zolang wij ze bewaren, blijven die dromen leven.' Buiten begon de wind te draaien, maar in de kelder was het stil, en de boeken sliepen rustig verder.